Ik word om half 6 wakker gemaakt door de haan van boer Hans. Ik kom uit mijn berg hooi in de schuur om mijzelf even lekker te wassen aan de rand van de beek. Na anderhalve kilometer onderweg kom ik eindelijk iemand tegen, helaas kan ik hem niet verstaan, aangezien hij in een ander dialect dan mij praat. We lopen samen aan om langs elkaar met zelfgemaakte zeep bij de beek te wassen. Als ik terug ben is het negen uur, nog even snel ontbijten. Ik ga even bij de koeien langs voor een lekker glas verse warme melk, dan even langs de molen voor een sneetje vers brood. Om half tien ben ik terug en spring ik achterop de kar van mijn vader, die mij naar het dichts bijzijnde plaatsje met een weg wilt brengen, drieentwintig kilometer verderop. Als ik geluk heb ben ik om drie op de academie.

Plaats een reactie

*
*